Website van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Mussel


Geschiedenis


Abraham Kuyper


Abraham Kuyper


Uit de reformatie is de Hervormde Kerk ontstaan.
In de 18e eeuw begonnen bepaalde wijsgerige invloeden het belijdend karakter van de Hervormde Kerk hoe langer hoe meer te bedreigen. Vooral de beweging van de "Verlichting" bleek een groot gevaar voor de kerk te zijn.
Er werd door de regering aan de kerk een reglement opgelegd ter vervanging van de kerkorde.
Bovendien werd de leer van de kerk niet langer als bindend beschouwd.
Vanaf die tijd werd de naam van de kerk de Nederlandse Hervormde Kerk.
Juist in deze situatie waren er in de kerk steeds weer die bleven uitzien naar een echt bijbels geestelijk leven.
De afkeer tegen de aantasting van de belijdenis resulteerde in de Afscheiding,
die in 1834 begon in Ulrum (in Noord Groningen) toen Ds. Hendrik de Cock daar predikant was.

De afgescheiden kerk werd Christelijke Gereformeerde Kerken genoemd.
Bij "de Vereniging" in 1892 zijn de Gereformeerde Kerk (ontstaan uit de doleantie) en bijna alle Christelijke Gereformeerde Kerken samengegaan tot de Gereformeerde kerken.
Direct bij de vereniging in 1892 waren er gemeenten die niet wilden opgaan in de Gereformeerde kerken.
Dit werd ingegeven door angst voor invloed van Abraham Kuyper.

Naar bovennaar boven


Abraham Kuyper (1837-1920) was predikant te Beesd en later in Amsterdam, maar was ook journalist en politicus.
Hij was oprichter, in 1872, en jarenlang hoofdredacteur van het dagblad De Standaard. Tussen 1874 en 1912 was hij, met onderbrekingen, lid van de Tweede Kamer, van 1913 tot 1920 van de Eerste Kamer.
Van 1901 tot 1905 was hij minister-president en tevens minister van Binnenlandse Zaken.
Kuyper was de oprichter van de Antirevolutionaire Partij (ARP).
De ARP is later, samen met het Katholieke Volkspartij en de Christelijke Historische Unie gefuseerd tot het CDA.
Jarenlang was de schoolstrijd het hoofdthema van de ARP: het verkrijgen van overheidsfinanciering van het Christelijk onderwijs.
Omdat de liberale overheid zich slechts verantwoordelijk voelde voor het openbaar onderwijs, dat godsdienstig strikt neutraal was.
Ook was Kuyper de drijvende kracht achter de stichting van de Vrije Universiteit in 1880.
Hij opende, als de eerste rector, met de redevoering: Soevereiniteit in eigen kring.

In 1886 startte Kuyper een kerkelijke beweging bekend onder de naam Doleantie (doleren=smart, klagen) waarbij hij verzet aantekende tegen de leer- en belijdenis vrijheid in de Nederlands-Hervormde Kerk.
Op grond van de Dordtse leerregels, vond Kuyper dat de Nederlands-Hervormde Kerk niet van bovenaf geleid moest zijn, maar weer moest bestaan uit autonome gemeentes, waarin het plaatselijke kerkvolk het beleid bepaalde.

Kuyper werd hierom met 80 anderen door het Amsterdamse kerkbestuur geschorst, waarna een kerkscheuring tot stand kwam.
De 'dolerenden' stichtten de Gereformeerde Kerken in Nederland.
Deze gingen in 1892 met het grootste deel van de Christelijke Gereformeerde kerken samen en vormden toen de Gereformeerde kerken.

Voor de Christelijke Gereformeerde Kerk is Abraham Kuyper vooral van belang door zijn afwijkende leer over de doop.
Die leer wordt wel de veronderstelde wedergeboorte genoemd.

Doordat Kuyper steeds meer invloed kreeg binnen en buiten de Gereformeerde kerken werden al snel weer plaatselijke kerken opgericht die zich aansloten bij de Christelijke Gereformeerde kerken die niet waren meegegaan met de doleantie.
En dus terug gingen naar de situatie van voor 1892.
In Mussel werd in 1913 weer een Christelijke Gereformeerde Kerk opgericht

Om zijn doel te bereiken maakte Kuyper effectief gebruik van de verworvenheden van de liberale democratie, zoals de vrijheid van vergadering, van drukpers en van onderwijs.
Om de 'gewone man' meer invloed te geven was hij ook voorstander van een ruimer kiesrecht.
Ook in theologisch opzicht wilde hij het Calvinisme inpassen in de 19de eeuwse maatschappij.
In zijn leer van de 'algemene gratie' verklaarde hij Gods vergeving ook van toepassing op mensen die geen lid waren van de 'ware kerk'.
Wellicht kwam deze opvatting voort uit de overtuiging dat de ARP alleen in coalitie met andere partijen regeringsmacht kon krijgen.
Hij 'bewerkte' zijn achterban tot politieke samenwerking.
Zelfs met de Rooms-Katholieken waar hij een afkeer van had, wilde hij samenwerken.
Vooral tijdens de schoolstijd werd hierom door liberalen en socialisten de spot met Kuyper gedreven.

Zo verschenen er pamfletten met de tekst:

Als Rome en Calvijn
gaan hand in hand,
Dat God behoede
't Vaderland


Met de liberalen was Kuyper het eens dat de overheid zich zo min mogelijk moest bemoeien met het maatschappelijke leven,
maar in plaats van individuele vrijheid propageerde Kuyper 'soevereiniteit in eigen kring'.
Daarmee bedoelde hij dat maatschappelijke organisatievormen als gezin en kerk vrij waren in hun eigen beleid.
Hieraan moest ook het individu zich onderwerpen.
Zo was hij tegen algemeen kiesrecht, maar voor 'huismanskiesrecht': kiesrecht voor ieder gezinshoofd.
Als regeringsleider is Kuyper vooral berucht geworden in de ogen van de socialisten.
Dat kwam door zijn reactie op de spoorwegstaking van 1903.
Met zijn 'worgwetten' verbood hij overheidspersoneel om te staken.
Pas in 1980 zijn deze wetten ingetrokken.

In de moderne betekenis was Kuyper Nederlands eerste echte minister-president.
Nadat hij in 1901 een coalitieregering had geformeerd, liet hij een wijziging aanbrengen in het reglement van orde van de raad van ministers, zodat hij ieder jaar door de koningin tot voorzitter van de raad kon worden benoemd.
Als minister van Binnenlandse Zaken had Kuyper ook grote invloed op het buitenlandse beleid.

Na de verkiezingsnederlaag van 1905 maakte hij een grote reis naar het Middellandsezeegebied en schreef hierover het werk "Om de oude wereldzee".
Verder publiceerde Kuyper o.a.: "Evoto Dordraceno" (1892-1895) en veel artikelen o.a. in De Heraut en De Standaard.


Naar bovennaar boven

Veronderstelde wedergeboorte

De grondlegger van de afwijkende leer over de doop "de veronderstelde wedergeboorte" is Dr A Kuyper.
De leer vindt zijn oorsprong in de manier waarop de heilige doop wordt gezien in het licht van de Bijbel.
In de Bijbel wordt het sacrament van de doop door Christus zelf ingesteld, als teken en zegel van het verbond.
Zoiets als een ex-libris stempel in een boek, met dat stempel zegt de eigenaar: dit boek is van mij.
Met de doop zegt God zelf: Dit kind is van Mij.
De doop is het teken en zegel van het verbond.
Niet meer en niet minder.
Het is geen garantiebewijs, ook gedoopte kinderen kunnen zich afkeren van God en verloren gaan.
Aan de andere kant is de doop geen absolute noodzaak om behouden te worden.
Denk hierbij maar aan de gelovigen, die leefden voordat de doop werd ingesteld en aan kinderen van gelovige ouders die sterven voordat ze zijn gedoopt.
De leer over de veronderstelde wedergeboorte werd belangrijk bij de vraag of gedoopte kinderen ook verloren kunnen gaan of zich kunnen afkeren van hun geloof.
Iedereen die de moeite neemt om rond te kijken in de eigen omgeving zal deze vraag met "ja" beantwoorden.
Daarbij werd de vraag gesteld of het kind bij de doop dan wel echt gedoopt, echt wedergeboren was.

Kuyper bedacht hiervoor de "veronderstelde wedergeboorte".
Daarbij wordt er vanuit gegaan dat het kind geheiligd.
Als dan zou blijken dat het kind, volwassen geworden, zich van de kerk en geloof afkeert.
Dan was het kind niet wedergeboren en was de veronderstelling dus onjuist geweest.

De doop wordt door deze leer dus gezien als een soort garantiebewijs,
maar wel een garantiebewijs met kleine lettertjes.
Immers als het kind zich later van God afkeert, dan zou de doop ongeldig zijn geweest.
In het kort komt dat er op neer dat Kuyper leerde dat ouders hun kinderen moesten laten dopen, in de "veronderstelling dat het genadewerk Gods reeds in hen plaatsgreep''.

Deze leer van de veronderstelde wedergeboorte is strijd met de Bijbel.
En werd (en wordt) door de Christelijke Gereformeerde Kerk verworpen als onbijbels.
Ook de Gererfomeerde Kerk vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerk verwerpen de leer van de veronderstelde wedergeboorte.
De doop is het teken en zegel van het verbond.
Elk verbond bestaat uit twee delen: een belofte en een eis.
God belooft dat Hij de dopeling tot zijn kind wil maken.
De doop is het teken en zegel van het verbond.

Het kind moet later bij het opgroeien "de doop voor eigen rekening nemen".
Dat betekend leven zoals God dat vraagt en Christus aannemens als zaligmaker.
Wendt een gedoopt kind, volwassen geworden, zich af van zijn zaligmaker Christus dan verbreekt het kind het verbond.
Maar aan het verbond zelf en het teken daarvan, de doop dus, is niets veranderd.
Volgens de Bijbel zijn de kleine kinderen ,,in Christus geheiligd''.
Daarom noemen wij gedoopte kinderen wedergeboren en niet "verondersteld wedergeboren"


NB
Deze pagina is niet bedoeld om de veronderstelde wedergeboorte uitputtend te behandelen, alleen om in het kort uiteen te zetten wat de leer over de veronderstelde wedergeboorte ongeveer inhoud.

Naar bovennaar boven



Het ontstaan van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt.

De weigering om op te gaan in de Gereformeerde kerk was gebaseerd op de angst dat deze omstreden leer tot kerkleer zou worden.
Deze leer van de "Veronderstelde wedergeboorte" was in 1892 nog niet de officieel de leer van de Gereformeerde kerken.

In de loop der jaren kreeg de leer van Dr. Abraham Kuyper steeds meer invloed in de Gereformeerde Kerk.
In 1944 leidde dit tot een kerkscheuring in de Gereformeerde kerk deze scheuring wordt "Vrijmaking" genoemd.

De leer van Kuyper kreeg steeds meer invloed binnen de Gereformeerde Kerk.
Dit ging steeds verder.
Zelfs zover dat de generale synode in 1944 besloot dat de leer omtrent de "veronderstelde wedergeboorte", zoals Kuyper die leerde, nu de officiële kerkleer werd.
De Generale Synode gaf toen alle predikanten opdracht een bericht voor te lezen waarin stond dat de leer,
zoals Kuyper die aanhing, nu de officiële kerkleer was.
Predikanten die weigerden om deze brief voor te lezen
Tegen dit alles rees zoveel verzet, dat er een kerkscheuring volgde.
Het deel van de gemeente dat de leer van Kuyper aanhing, bleef de naam Gereformeerde Kerk dragen.
(Ook wel Synodaal Gereformeerd genoemd)

Het gedeelte van de Gereformeerde Kerk dat de leer van Kuyper verwierp verenigde zich in de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt.
Op zich merkwaardig, dat deze mensen zich niet voegden bij de Christelijke Gereformeerde kerk, maar een eigen kerkverband vormden.
Immers, de Christelijke Gereformeerde kerk was al in 1892 opgericht met als reden: de leer van Kuyper.

In Mussel was tijdens de vrijmaking in de Gereformeerde Kerk geen sprake van een scheuring.
Vrijwel de hele gemeente ging met de predikant over naar de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt.
Hier bleef de Gereformeerde kerk dus in takt en ging als geheel over naar een ander kerkverband.
Landelijk was Mussel hierin een zeldzaamheid, vrijwel overal waren er scheuringen in de plaatselijke gemeenten.
Doordat de scheuringen soms dwars door families of door gezinnen liepen heeft deze scheuring veel verdriet veroorzaakt.

Sinds 2000 worden door de kerkenraden van de Christelijke Gereformeerde Kerk en van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt samensprekingen gehouden.
In tegenstelling tot eerdere pogingen is er nu wel resultaat: er is een begin van samenwerking en af en toe vindt er een kanselruil plaats.


Naar volgende paginavolgende pagina

Naar bovennaar boven