Website van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Mussel


Geschiedenis


Johannes Calvijn

Johannes Calvijn
Johannes Calvijn


Calvijn werd geboren op 10 juli 1509 in Noyon, een plaats in Frankrijk.
Johannes Calvijn studeerde filosofie in Parijs en rechten in Orléans en Bourges.
Eerst was Calvijn katholiek maar in 1534 bekeerde hij zich tot het Protestantisme.

Calvijn was bevriend met Michel Cop, rector van de Parijse universiteit ' de Sorbonne'.
Die vriend hield op 1 november 1533 een redevoering over de bergrede bij
de evangelist Mattheüs die mede door Calvijn opgesteld was.
Na deze rede werden Cop en Calvijn verdacht van verraad.
Ze moesten wegvluchten uit Parijs.
In 1534 verliet hij Frankrijk om in Zwitserland zijn boek genaamd 'Christianae religionis institutio' af te maken.
In maart 1536 kwam zijn boek uit.
In dit boek stond een opdracht aan koning Frans I.
Die opdracht hield een vurige pleidooi in voor de vervolgde protestanten in Frankrijk.
In juli 1536 was Calvijn op doorreis in Génève.
Tijdens die reis liet Calvijn zich overhalen door de reformator Guillaume Farel om mee te werken aan de kerkelijke opbouw in de stad.

Calvijn stemde toe en werd daar predikant.
Calvijn drong aan op een regelmatige avondmaalsviering en op het handhaven van de kerkelijke tucht.
Ook probeerde hij alle burgers instemming te laten betuigen met het protestantse geloof.
Tegen dit alles kwam er groot verzet.
Calvijn en Farel werden in april 1538 verbannen.
Calvijn vertrok naar Straatsburg, om daar de zorg op zich te nemen van de Franse vluchtelingenkerk en hij werd daar docent van het Nieuwe Testament.

In Straatsburg trouwde hij met Idelette de Bure.
Samen kregen zij een zoon, maar die stierf vlak na de geboorte.
Intussen werd er in Génève aangedrongen op de terugkeer van Calvijn.
Na veel twijfels begon hij in 1541 weer met zijn werk in Génève.
Snel daarna ontstond er een nieuwe kerkorde,
de zogenaamde Ordonnances ecclésiastiques, evenals een liturgie en een catechismus.

Volgens Calvijn moest de kerk door middel van ouderlingen toezien op de levenswandel van de gemeenteleden en via de predikanten en de kerkenraad de tucht uitoefenen.
De overheid van Génève vond echter dat het uitoefenen van de tucht een taak was van de wereldlijke rechtspraak. Hierover ontstond een langdurige strijd.

Ook op het gebied van de leerstellingen waren er regelmatig conflicten.
Zoals met de humanist Sebastiaan Castellio (over het Hooglied) en met de theoloog Bolsec (over de predestinatie).
Berucht is het proces tegen Michael Servet,
die na het verloochenen van de drie-eenheid op de brandstapel werd gebracht.
In 1555 ging de overheid steeds meer de gedachten van Calvijn volgen.
Daardoor kon Calvijn in 1559 de Académie oprichten die onder de theoloog Theodorus Beza een grote groei beleefde en een kweekplaats voor het gereformeerde protestantisme werd.
Calvijn stierf op 27 mei 1564.
Hij werd maar 54 jaar oud.

Naar bovennaar boven

De kenmerken van het Calvinisme zijn:

De bijbel staat centraal in alle levensvraagstukken.
Alle kennis wordt uit de bijbel gehaald.
Calvijn ging uit van de heerschappij van God in het maatschappelijke en staatkundige leven.

De leer van de voorbeschikking (predestinatie).
Dat betekent dat God beslist wie er naar de hemel gaat (de verkiezing) en wie niet (de verwerping).


Onderstaand stukje maakt duidelijk wat de predestinatie inhoud.


Koning Willem II heeft eens gevraagd aan Da Costa (een Christelijke jood): "Gelooft u in de goddelijke voorbeschikking en hoe rijmt u dit met de vrije werkzaamheid van de mens?"
Da Costa antwoordde: "Sire, uw gasten hebben hier plaats genomen niet naar eigen keuze, maar op de aangewezen plaats, waar hun naamkaartje ligt.
God doet het anders dan u.
Ieder kiest bij Gods feestmaal zijn eigen plaats.
Maar als hij eenmaal is gaan zitten, ziet hij ineens zijn naamkaartje liggen:
zijn plaats was wel terdege door God bepaald, maar hij wist niet beter of hij had de vrijheid van beweging.

Gods voorbeschikking en onze verantwoordelijkheid staan wonderlijk dicht bij elkaar in de tekst:
'blijft uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het die zowel het willen als het werken in u werkt." (Filippenzen 2:12,13)

Het is dus een vrijheid in gebondenheid.
De vrijheid van keuze is dus een vrijheid die is te vergelijken met de vrijheid van kinderen in het vrije kwartier binnen het hek van de speelplaats.

De Heilige Geest werkt het geloof in ons hart op zo’n wonderlijke manier, dat wij zélf tot geloof komen.


De erkenning van Gods alleenheerschappij over het leven.
Alle schepselen zijn afhankelijk van Gods raad en bestuur.

De mens is met erfzonde geboren.
Alleen door het bloed van Christus kunnen zij hiervan verlost worden.

De heiligmaking.
Alleen door het geloof kan men van de zondeschuld bevrijd worden.
Het is noodzakelijk goede werken te doen als uiting van dankbaarheid. Goede werken zijn geen betaling voor zondeschuld en dragen niet bij aan ons behoud.

Het Calvinisme heeft een belijdende inslag.
Dat wil zeggen dat het geloof naar buiten toe moet worden uitgedragen.
Evangelisatie en zending is niet iets voor de liefhebbers maar een opdracht aan allen.

Democratisch.
Het bestuur van de kerk gebeurt in tegenstelling tot de Rooms-katholieke kerk van onder af, dat wil zeggen door de kerkleden.
De kerk bestaat uit zelfstandige eenheden (gemeenten) die door de leden zelf worden bestuurd.
De kerkbestuurders worden gekozen door de kerkleden zelf.

Ere Gods.
De schepping is het werk van God.
De schepping is bedoeld om Hem te dienen.
Het leven is een opdracht om te werken om zo God te dienen.
Men moet zo nuttig mogelijk gebruik maken van zijn natuurlijke begaafdheden.
Alle succes, rijkdom, welvaart en voorspoed komen van God en dienen tot zijn eer.

De sacramenten
In de bijbel komen slechts twee sacramenten voor (Doop en Heilig Avondmaal).
Deze moeten dan ook worden bediend.
Calvijn verwierp de andere, door de roomse kerk ingestelde sacramenten, als onbijbels.
Sacramenten zijn zichtbare tekens van Gods genade

De overheid is Gods dienaar.
De regering werkt en regeert om God te eren en om te luisteren naar zijn wil.

Het Calvinisme is door heel Europa verspreid.
Men vindt Calvinisten in Hongarije, Schotland, Duitsland, Zwitserland en Nederland.
De Nederlandse Hervormde Kerk en de daaruit voortgekomen kerken ( de Gereformeerde kerk, de Christelijk Gereformeerde kerk, de Gereformeerde gemeenten, enzovoorts) rekent men tot het Calvinistische geloof.
Vanuit Europa vond het Calvinisme zijn weg naar Zuid-Afrika en Noord-Amerika.


Naar volgende paginavolgende pagina

Naar bovennaar boven